In maart 2026 bedroeg de inflatie in België 1,65%, een lichte stijging ten opzichte van de 1,45% in februari. Tegelijkertijd zijn sommige prijzen — met name elektriciteit, vlees en hotelovernachtingen — gedaald.

Een stijging die beperkt blijft

Volgens Statbel, het Belgische statistiekbureau, is de consumptieprijsindex (CPI) in maart licht gestegen met 0,12 punt tot 101,84 punten (basis 2025 = 100). Dit niveau ligt nog steeds duidelijk onder de cijfers van 2024, toen de inflatie rond de 4,3% schommelde. De huidige trend wijst dus op een verdere afkoeling van de prijsstijgingen, al blijven sommige sectoren onder druk staan.

De kerninflatie — exclusief energie en niet-bewerkte voedingsmiddelen — komt in maart uit op 2,71%, tegenover 2,78% in februari. Dit cijfer weerspiegelt de aanhoudende druk in de dienstensector, zoals kappers, horeca en gezondheidszorg, waar stijgende loonkosten door automatische indexering zich blijven vertalen in hogere prijzen.

Belangrijkste indicatoren – maart 2026


Inflatie: 1,65%
Elektriciteitsprijzen (op jaarbasis): −4,4%
Aardgasprijzen: −14,1%
Brandstofprijzen: +13,8%

Prijsdalingen zichtbaar in het winkelmandje

Verschillende productcategorieën kenden prijsdalingen in maart. Zo werd vlees goedkoper, net als vliegtickets, hotelovernachtingen en alcoholische dranken in de supermarkt. Dit is goed nieuws voor huishoudens, vooral voor wie af en toe reist of zichzelf iets gunt.

Op energievlak blijven de elektriciteitsprijzen op jaarbasis dalen (−4,4%), terwijl aardgas een sterke daling van 14,1% laat zien. Deze dalingen compenseren deels de stijging van brandstofprijzen (+13,8%), die vooral voelbaar is voor automobilisten en pendelaars.

Sectoren waar prijzen blijven stijgen

Daartegenover staan sectoren waar de prijzen blijven oplopen. Gezondheidszorg wordt 6,6% duurder op jaarbasis, recreatie en cultuur stijgen met 5,3% en restaurantprijzen met 4,3%. Deze stijgingen zijn grotendeels het gevolg van de automatische loonindexering, die zich rechtstreeks vertaalt in hogere kosten voor de consument.

Ook transport laat een duidelijke versnelling zien: +5% in maart tegenover +1,6% in februari. Dit komt door hogere brandstofprijzen en duurdere georganiseerde reizen. Vakantiepakketten stegen bijvoorbeeld met 2,8% in één maand, wat een impact kan hebben op het budget van gezinnen die hun lentevakantie plannen.

Wat betekent dit voor uw budget

Voor 2026 verwacht het Federaal Planbureau een gemiddelde inflatie van 2,6%, aanzienlijk lager dan in 2024 (4,3%). De koopkracht van huishoudens zou zich daardoor geleidelijk moeten herstellen. Toch blijft het belangrijk om energiecontracten regelmatig te vergelijken, aangezien aangekondigde prijsstijgingen voor vaste tarieven in april voor sommige gezinnen kunnen oplopen tot meer dan 600 euro per jaar.

Vooruitzichten voor de komende maanden

Economen waarschuwen echter voor mogelijke risico’s in april en mei 2026, wanneer verschillende Belgische energieleveranciers hun vaste tarieven herzien. Volgens econoom Philippe Ledent verloopt de doorwerking van energieprijsstijgingen in drie fasen: eerst in de energie zelf, daarna in transport en industriële producten, en uiteindelijk in een algemene prijsstijging in de hele economie. Dit proces kan de inflatie op korte termijn opnieuw doen stijgen, voordat een stabilisatie tegen het einde van het jaar wordt verwacht.

Ondanks deze onzekerheden blijft het Federaal Planbureau bij zijn prognose van een gemiddelde inflatie van 2,6% voor heel 2026 — een niveau dat duidelijk lager ligt dan de pieken tussen 2022 en 2024. Belgische huishoudens hebben dus redenen om de toekomst met iets meer vertrouwen tegemoet te zien dan enkele jaren geleden.